ECLI:NL:RBARN:2005:AU0546
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen ontruimingsvonnis wegens weigering medehuurderschap afgewezen
Eiseres woont sinds juli 2003 met haar twee kinderen bij haar moeder in een woning die door haar moeder sinds 1976 wordt gehuurd. Haar moeder heeft de huur per 1 mei 2005 opgezegd, waarna eiseres weigerde de woning te ontruimen. Eiseres stelde dat zij recht heeft op medehuurderschap en een urgentieverklaring om in de woning te mogen blijven.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een duurzame gemeenschappelijke huishouding met haar moeder voerde zoals vereist voor medehuurderschap volgens artikel 7:267 BW Pro. Ook is zij niet financieel in staat de huur te voldoen en heeft zij geen vergoeding voor het gebruik van de woning betaald. Daarnaast is haar urgentieaanvraag afgewezen en is onvoldoende gebleken dat zij elders geen woonruimte kan vinden.
De belangenafweging weegt het belang van Oosterpoort om de woning te ontruimen en schade te voorkomen zwaarder dan het belang van eiseres. Zij wist al sinds januari 2005 dat zij de woning moest verlaten, maar heeft zich onvoldoende ingespannen om alternatieve woonruimte te vinden. Het verzet tegen het ontruimingsvonnis wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen het ontruimingsvonnis wordt ongegrond verklaard en eiseres wordt veroordeeld in de kosten.