ECLI:NL:RBARN:2005:AU0513
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over dekking inboedelverzekering bij brand en verzwijging strafrechtelijk verleden
In deze zaak staat centraal of de verzekeraar RVS dekking moet bieden onder een inboedelverzekering voor brandschade geleden door [betrokkene 1]. De verzekeraar beroept zich op artikel 251 WvK Pro wegens verzwijging van het strafrechtelijk verleden van de verzekerde bij het aangaan van de verzekering.
De brand is niet aan [betrokkene 1] te wijten en is waarschijnlijk ontstaan door zelfontbranding van een stof in een pan. De verzekerde had een strafrechtelijk verleden vanwege een veroordeling voor inbraak en diefstal waarvoor hij 41 dagen gevangenisstraf heeft uitgezeten. RVS stelt dat zij de verzekering niet zou hebben gesloten indien zij van dit verleden had geweten en heeft de verzekeringsovereenkomst met terugwerkende kracht vernietigd.
Eiser, curator in het faillissement van [betrokkene 1], betwist het beroep op artikel 251 WvK Pro en voert aan dat er geen causaal verband is tussen het strafrechtelijk verleden en het verzekerde risico en dat de verzwegen feiten niet van belang zijn voor de schade. De rechtbank overweegt dat het wetsvoorstel NBW artikel 7.17.1.6 niet van toepassing is en dat het huidige recht geen causaliteitsvereiste kent bij artikel 251 WvK Pro.
De rechtbank laat RVS toe tot bewijs dat de vraag naar het strafrechtelijk verleden is gesteld en ontkennend is beantwoord, en tot tegenbewijs over de omvang van de schade. De zaak wordt aangehouden voor getuigenverhoor en nadere bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af indien RVS slaagt in haar bewijs en houdt de zaak aan voor verdere bewijslevering.