ECLI:NL:RBARN:2005:AU0510
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting verificatie vordering VGZ in faillissement Zivoned
In deze zaak staat centraal de vordering van VGZ tegen de failliete vennootschap Zivoned, waarbij VGZ haar vordering wenst te wijzigen in een verklaring voor recht. De rechtbank stelt vast dat volgens de Faillissementswet crediteuren hun vorderingen ter verificatie moeten indienen, waarna de rechtbank beslist over de verificatie. VGZ heeft dit niet gedaan, waardoor haar vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De curator van Zivoned baseert zijn vordering op artikel 19 van Pro de overeenkomst tussen VGZ en Zivoned, waarin nacalculatie van vervoers- en handlingskosten is geregeld. VGZ betwist dat artikel 19 een Pro eenvoudige nacalculatieclausule is en stelt dat het slechts als hardheidsclausule in uitzonderlijke gevallen geldt. De rechtbank acht dit voorlopig bewezen en staat de curator toe tegenbewijs te leveren.
De rechtbank wijst erop dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op de Faillissementswet rechtvaardigen. VGZ wordt veroordeeld in de proceskosten en haar vordering in reconventie wordt niet-ontvankelijk verklaard. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering door de curator.
Uitkomst: De vordering van VGZ wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet-verifiëren van haar vordering in het faillissement van Zivoned.