ECLI:NL:RBARN:2005:AU0237
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende onderbouwing en anciënniteitsbeginsel
De werkgever, een onderneming die computeraanpassingen voor blinden ontwikkelt, heeft de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomsten met zestien werknemers, waaronder de werknemer, te ontbinden wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever heeft niet voldaan aan de meldingsplicht bij het CWI en heeft het voorgenomen massaontslag niet met vakbonden besproken. De werknemer heeft verweer gevoerd tegen het verzoek, onder meer met het argument dat de werkgever zich tot het CWI had moeten wenden en dat de reorganisatie niet de voorgestelde omvang behoeft.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de werkgever zich wel tot de kantonrechter mag wenden, maar dat de economische situatie van de werkgever weliswaar zorgelijk is, maar onvoldoende aannemelijk is dat een herstel niet heeft plaatsgevonden. Daarnaast is geoordeeld dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd waarom de arbeidsovereenkomst met de werknemer ontbonden moet worden, terwijl de werknemer een grotere anciënniteit heeft dan een andere medewerker die wel kan worden ingezet voor vergelijkbare werkzaamheden.
Op grond van het anciënniteitsbeginsel en de onvoldoende onderbouwing van het ontbindingsverzoek wijst de kantonrechter het verzoek af en veroordeelt de werkgever in de proceskosten. De ontbindingsvergoeding wordt niet toegekend omdat het verzoek niet wordt toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.