ECLI:NL:RBARN:2005:AT5924
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking WW-uitkering wegens niet-ondertekend werkbriefje onterecht
Eiser diende twee werkbriefjes over de periodes juni en juli 2004 gezamenlijk in bij het UWV, waarvan alleen het werkbriefje over juli was ondertekend. Verweerder trok daarop de WW-uitkering per 7 juni 2004 in vanwege het ontbreken van een handtekening op het werkbriefje over juni. De rechtbank oordeelde echter dat door het gezamenlijk inzenden van het ondertekende en niet-ondertekende werkbriefje redelijkerwijs kon worden aangenomen dat eiser zich ook verantwoordelijk stelde voor de juistheid van het niet-ondertekende werkbriefje.
De rechtbank stelde vast dat het belang van de ondertekeningseis, namelijk de waarborg dat de werknemer zich vergewist van de juistheid van de verstrekte gegevens, hiermee was gewaarborgd. Daarom was het besluit tot intrekking van de uitkering onterecht en werd het vernietigd. Tevens werd het primaire besluit van 1 september 2004 herroepen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten ad € 644,- en het griffierecht ad € 37,- ten gunste van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WW-uitkering wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.