ECLI:NL:RBARN:2005:AT4393
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en matiging schadevergoeding bij brandstichting door verminderd toerekeningsvatbare dader
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin de verzekeraar Woudsend de dader van brandstichting aansprakelijk stelde voor de schade aan een bedrijfspand. De dader had in de nacht van 3 op 4 juni 2003 brand gesticht in het pand van een onderneming waarvan hij familie was. De verzekeraar had de schade vastgesteld op €412.943 en had de verzekeringspenningen uitgekeerd, waarna zij de vordering op de dader had overgenomen.
De rechtbank bevestigde dat de brandstichting een onrechtmatige daad opleverde en dat de dader, ondanks zijn verminderd toerekeningsvatbaarheid, aansprakelijk was voor de schade op grond van artikel 6:162 BW Pro en 6:165 BW. De dader erkende de brandstichting, maar voerde aan dat de schade mede door de vertraagde bluswerkzaamheden groter was dan zijn schuld en pleitte voor matiging.
De rechtbank oordeelde dat de schade een redelijkerwijs te verwachten gevolg was van de brandstichting en dat de dader de schade in principe volledig moest vergoeden. Echter, rekening houdend met zijn verminderd toerekeningsvatbaarheid en beperkte draagkracht, matigde de rechtbank de schadevergoeding tot €100.000. De vordering tot incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De dader werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente en in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de dader tot betaling van €100.000 schadevergoeding met wettelijke rente en in de proceskosten, met matiging vanwege verminderd toerekeningsvatbaarheid en beperkte draagkracht.