ECLI:NL:RBARN:2005:AS1733
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Jurgens
- C. Lely-Van Goch
- P.J. Schreuder
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van doodslag en mishandeling baby
Op 16 juni 2004 werd het babymeisje [slachtoffer] in zorgwekkende toestand naar het ziekenhuis gebracht met ernstige hersenbeschadigingen, vermoedelijk veroorzaakt door het shaken-baby-syndroom. Na onderzoek en een expertmeeting concludeerden deskundigen dat het fatale letsel waarschijnlijk is ontstaan door substantieel schudden, mogelijk in combinatie met omhoog gooien.
Getuigen verklaarden dat verdachte zijn dochtertje tweemaal omhoog gooide en dat er mogelijk krachtig geschud was, maar dit laatste zou een week eerder hebben plaatsgevonden dan het moment van het fatale letsel. De exacte toedracht in de nacht van 16 juni 2004 bleef onduidelijk.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het overlijden door een acceleratie/deceleratietrauma, niet wettig bewezen kon worden dat verdachte of zijn medeverdachte het letsel hebben toegebracht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De zaak werd ter terechtzitting behandeld op 3 januari 2005, waarbij de officier van justitie vrijspraak eiste. De rechtbank volgde dit en wees het vonnis uit op 10 januari 2005.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs om schuld vast te stellen, vooral bij complexe medische en feitelijke omstandigheden zoals bij het shaken-baby-syndroom.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het fatale letsel aan zijn baby heeft toegebracht.