ECLI:NL:RBARN:2004:AR8203
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring Openbaar Ministerie wegens schending redelijke termijn in accijnszaak
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen, namelijk een groot aantal flessen wijn, zonder de juiste accijnsheffing in de jaren 1997-1999. De zaak werd meermalen behandeld, met zittingen in maart 2003, oktober 2004 en december 2004.
De verdediging voerde aan dat het recht van verdachte op een behandeling binnen een redelijke termijn was geschonden, aangezien sinds zijn aanhouding in mei 2000 meer dan vier jaar en zeven maanden waren verstreken. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn in ernstige mate was overschreden, mede doordat de zaak onterecht gekoppeld was aan een omvangrijkere zaak tegen een medeverdachte, terwijl de zaak van verdachte zelf relatief eenvoudig was.
De rechtbank concludeerde dat de vertraging niet voor rekening van verdachte mocht komen en dat deze ernstige overschrijding niet voldoende kon worden gecompenseerd door strafvermindering. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn.