ECLI:NL:RBARN:2004:AR4174
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige machtiging tot verblijf in psychiatrisch ziekenhuis op grond van Wet BOPZ
De officier van justitie verzocht om een voorlopige machtiging voor het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank Arnhem heeft betrokkene, zijn advocaat en de behandelaar gehoord en op basis van de stukken vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens die gevaar veroorzaakt en niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.
Betrokkene vertoont ontremd gedrag, heeft medicatie nodig en is niet in staat zelfstandig te wonen. Hij verblijft sinds 2001 in het kader van een TBS-maatregel met dwangverpleging en er loopt een hoger beroep tegen de afwijzing van verlenging van die TBS-maatregel. De rechtbank oordeelt dat een voorlopige machtiging naast de strafrechtelijke maatregel kan worden afgegeven.
De rechtbank wijst ook op een formele correctie van de geneeskundige verklaring en besluit uiteindelijk betrokkene voor zes maanden in een psychiatrisch ziekenhuis te doen verblijven. Deze machtiging wordt verleend in afwachting van verdere procedures en met het oog op betrokkene's veiligheid en die van zijn omgeving.
Uitkomst: De rechtbank verleent een voorlopige machtiging voor verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voor zes maanden.