ECLI:NL:RBARN:2004:AR3511
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevordering wegens vermeende bedrieglijke kunstadviezen en waarderingsgeschil schilderijen
Eisers, bestaande uit een holding en een natuurlijk persoon, vorderen een schadevergoeding van €169.840,- van gedaagden, waaronder een antiekhandelaar en diens vennootschap, wegens vermeend systematisch te hoge aankoopprijzen en herstelkosten van diverse schilderijen die op advies van gedaagde zijn gekocht. De vordering is gebaseerd op bedrog, dwaling, tekortschieten in nakoming en onrechtmatig handelen.
De rechtbank analyseert per schilderij de waarderingen en de stellingen van partijen. Voor de meeste schilderijen is onvoldoende onderbouwing door eisers geleverd om te concluderen dat gedaagde tekort is geschoten. Wel wordt geoordeeld dat gedaagde bij het advies over een portret dat aan Rubens werd toegeschreven niet heeft gehandeld zoals redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden. Dit portret bleek geen authentieke Rubens te zijn, en gedaagde had dit risico beter moeten communiceren en deskundigen beter moeten raadplegen.
De rechtbank stelt vast dat de waarde van het portret en de daaruit voortvloeiende schade nog niet definitief kan worden vastgesteld en benoemt een deskundige aan om hierover te oordelen, tenzij partijen tot overeenstemming komen. De zaak wordt aangehouden om eisers in de gelegenheid te stellen hun standpunten nader toe te lichten en gedaagde te laten reageren.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat gedaagde tekort is geschoten bij het advies over het Rubens-portret, maar houdt verdere beslissing aan voor nadere toelichting en deskundigenonderzoek.