ECLI:NL:RBARN:2004:AR2977
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van eigendom van een strook grond naast woning in bosgebied
In deze zaak staat centraal of een strook grond van circa 20 m2, grenzend aan de achtertuin van de woning van gedaagden, eigendom is van de gemeente of door gedaagden door verjaring is verkregen. De gemeente stelt eigenaar te zijn en vordert ontruiming van de grond. Gedaagden betwisten het eigendom van de gemeente en beroepen zich op verjaring.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente eigenaar is van het kadastrale perceel waar de grond toe behoort, zoals blijkt uit de kadastrale kaart en het bestemmingsplan. Het beroep van gedaagden op verkrijgende verjaring faalt omdat zij niet te goeder trouw waren, gezien de openbare registers. Wel is de vraag of sprake is van extinctieve verjaring aan de orde, waarvoor gedaagden moeten bewijzen dat zij de grond gedurende twintig jaar als eigenaar hebben gebruikt, bijvoorbeeld door afsluiting met een haag.
De rechtbank wijst het bewijs toe en bepaalt dat getuigen gehoord zullen worden om vast te stellen of gedaagden de grond daadwerkelijk hebben bezeten volgens de wettelijke maatstaf. Verder oordeelt de rechtbank dat de gemeente geen misbruik van bevoegdheid maakt en dat het verkoopbeleid van de gemeente niet in strijd is met het gelijkheids- of vertrouwensbeginsel. Hoger beroep is alleen mogelijk samen met het eindvonnis.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat gedaagden bewijzen dat zij de grond door verjaring hebben verkregen en houdt verdere beslissing aan.