ECLI:NL:RBARN:2004:AR2818
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekenbare tekortkoming in vermogensadviesrelatie tussen cliënt en bank
De zaak betreft een geschil tussen [X] en Van Lanschot Bankiers over de nakoming van een vermogensadvies-overeenkomst. [X] stelde dat Van Lanschot tekort was geschoten door onvoldoende informatieverstrekking en het niet naleven van het beleggingsprofiel, met name door een te risicovolle portefeuille en een grote optiepositie. Van Lanschot voerde aan dat zij slechts adviseerde en dat de cliënt zelf de beslissingen nam, waarbij zij voldoende was geïnformeerd en gewaarschuwd.
De rechtbank stelde vast dat de relatie een adviesrelatie was waarbij de verantwoordelijkheid voor het beheer bij de cliënt lag. De bank had een voorlichtende taak, maar mocht ervan uitgaan dat de cliënt de adviezen begreep tenzij anders bleek. De rechtbank verwierp het betoog dat de cliënt onvoldoende deskundig was of blindelings de adviezen volgde zonder begrip. Ook werd geoordeeld dat de verschuivingen in de portefeuille mede veroorzaakt waren door de onttrekkingen van de cliënt voor onroerendgoedbeleggingen.
Ten aanzien van de optiehandel oordeelde de rechtbank dat deze niet ongebruikelijk was en dat de bank tijdig had gewaarschuwd. De klacht over de ICT-aandelen werd deels verworpen omdat de cliënt weigerde verliesgevende aandelen te verkopen. De vordering van [X] werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de kosten. In reconventie werd [X] veroordeeld tot aanzuivering van de debetstand op haar rekeningen conform de kredietbrief, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van cliënt afgewezen; cliënt veroordeeld tot aanzuivering van debetstand conform kredietbrief.