ECLI:NL:RBARN:2004:AR2767
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.P.J.A.M. van der Pol
- M. Keppels
- G.H.W. Bodt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het opzettelijk onjuist opgeven van buitenlandse rente-inkomsten in belastingaangiften
De rechtbank Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk onjuist en onvolledig doen van aangiften inkomstenbelasting over de jaren 1995 tot en met 1998. Verdachte heeft gedurende deze periode een substantieel vermogen en de daarover uitgekeerde rente-inkomsten van een buitenlandse bankrekening bij de Kredietbank Luxembourg niet aan de fiscus opgegeven, waardoor de staat is benadeeld voor een bedrag van €8.750.
Het bewijs bestond uit kopieën van microfiches afkomstig van de Belgische belastingdienst, verklaringen van getuigen en het onderzoek van de FIOD. De rechtbank oordeelde dat verdachte en zijn echtgenote als rekeninghouders konden worden geïdentificeerd en dat de rente-inkomsten daadwerkelijk genoten werden. Verdachte ontkende het tegoed, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De rechtbank verwierp de verweren van de verdediging, waaronder de stelling dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard vanwege het ontbreken van originele microfiches en de vermeende onrechtmatigheid van het bewijs. Ook het argument dat de zaak niet strafrechtelijk had moeten worden afgedaan werd verworpen.
De straf bestaat uit een werkstraf van 40 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar, en een geldboete van €8.750, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en het voortdurende karakter van de fraude.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een geldboete van €8.750 wegens het opzettelijk onjuist opgeven van buitenlandse rente-inkomsten.