ECLI:NL:RBARN:2004:AQ8853
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurder aansprakelijk voor premieschuld ondanks feitelijke bestuurder zonder motivering
Eiser werd door het UWV hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de premieschuld van Interfass B.V. i.o. over het premiejaar 1999. Eiser betwistte deze aansprakelijkheid, onder meer omdat hij volgens hem ten onrechte als bestuurder werd aangemerkt en de feitelijke bestuurder niet aansprakelijk werd gesteld.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 16c van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) ook bestuurders die zich slechts papieren bestuurder noemen aansprakelijk kunnen worden gesteld. Eiser was ingeschreven als bestuurder vanaf 1 januari 1999 tot 31 augustus 1999 en is daarmee aansprakelijk voor de premieschuld over die periode. De rechtbank verwierp eisers stelling dat zijn aansprakelijkheid pas vanaf 25 juni 1999 zou gelden.
De rechtbank stelde echter vast dat verweerder geen motivering had gegeven voor het niet aansprakelijk stellen van de feitelijke bestuurder, die zich expliciet als zodanig had gemeld. Dit was in strijd met artikel 16c CSV en artikel 7:12 Awb Pro. Tevens was verweerder niet ingegaan op de inhoudelijke betwisting van de premienota's door eiser, wat in strijd was met artikel 6 EVRM Pro en het motiveringsbeginsel.
Gelet op deze gebreken verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot aansprakelijkstelling wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van het recht op een eerlijk proces.