ECLI:NL:RBARN:2004:AQ6793
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging erfdienstbaarheid van uitweg en verbod op belemmering gebruik
Eisers en gedaagden zijn buren aan de B-laan te A, waarbij eisers sinds februari 2003 eigenaar zijn van een tussenwoning zonder eigen achterom, en gedaagden sinds oktober 2003 eigenaar van het naastgelegen woonhuis. Eisers beroepen zich op een erfdienstbaarheid van uitweg die in 1920 is gevestigd ten behoeve van hun perceel, welke in opvolgende koopaktes is bevestigd. Gedaagden betwisten de geldigheid en reikwijdte van deze erfdienstbaarheid, onder meer vanwege onduidelijke bewoordingen in de akte en wijzigingen in het terrein, zoals de bouw van garages.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bewoordingen in de notariële akte van 1920 voldoende duidelijk zijn om de erfdienstbaarheid van uitweg ten behoeve van het perceel van eisers vast te stellen. De stelling van gedaagden dat de erfdienstbaarheid is opgeheven of niet meer bestaat, wordt verworpen. Hoewel gedaagden willen dat de erfdienstbaarheid wordt opgeheven of anderszins gewijzigd, is dit niet aan de voorzieningenrechter om te beslissen.
De rechtbank beveelt gedaagden om eisers onbelemmerd gebruik te laten maken van de erfdienstbaarheid van uitweg, met een dwangsom van €500 per overtreding tot een maximum van €50.000 bij niet-naleving. Tevens worden de proceskosten aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld om eisers onbelemmerd gebruik te laten maken van de erfdienstbaarheid van uitweg met oplegging van dwangsommen bij overtreding.