ECLI:NL:RBARN:2004:AQ6785
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vorderingen ex-echtgenote inzake woning en alimentatie na eerdere kort geding beslissing
Partijen zijn gescheiden en er is een eerdere beschikking van het Gerechtshof Arnhem die de verkoop van de voormalige echtelijke woning en financiële afwikkelingen regelt. De vrouw vordert in kort geding diverse voorzieningen, waaronder het uitsluitend gebruik van de woning, opheffing van maritaal beslag, betaling van alimentatie en toedeling van polissen.
De rechtbank overweegt dat herhaling van vorderingen met dezelfde inhoud tegen dezelfde wederpartij in beginsel niet is toegestaan, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden zich voordoen. De vrouw heeft geen nieuwe feiten aangevoerd die haar vorderingen rechtvaardigen. De stelling dat de man de woning verwaarloost is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in de meeste vorderingen en wijst deze af. Alleen de tekstuele wijziging van het vonnis met betrekking tot de opheffing van het beslag wordt toegewezen. De vrouw wordt tevens veroordeeld in de proceskosten wegens het overwegend in het ongelijk zijn en het onnodige karakter van het kort geding.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen behalve een wijziging inzake het opheffen van beslag; zij wordt veroordeeld in de proceskosten.