ECLI:NL:RBARN:2004:AQ5066
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid in kredietovereenkomst niet onredelijk bezwarend
Partijen sloten op 26 oktober 1998 een kredietovereenkomst waarbij IDM Financieringen B.V. aan X en Y een doorlopend krediet van 25.000 gulden verleende. Zowel X als Y tekenden het contract en gingen akkoord met de toepasselijkheid van de Algemene Voorwaarden (A.V.), waarin een hoofdelijkheidsbeding is opgenomen. Vanaf december 2001 voldeden X en Y niet meer aan hun terugbetalingsverplichtingen, waarna IDM het volledige saldo opeiste.
IDM vorderde betaling van het openstaande bedrag van €12.734,18 plus rente van X en Y, hoofdelijk aansprakelijk. Y betwistte haar volledige aansprakelijkheid en stelde slechts voor de helft aansprakelijk te zijn, omdat zij niet rechtsgeldig had ingestemd met het hoofdelijkheidsbeding en dit beding onredelijk bezwarend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat Y voldoende op de hoogte was van het beding en dat dit geen kernbeding is, aangezien de overeenkomst ook zonder hoofdelijkheid voldoende bepaald is. Het beroep op vernietiging wegens onredelijkheid werd verworpen omdat Y geen concrete omstandigheden had aangevoerd. X en Y werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling, met veroordeling in de proceskosten. Tevens werd X veroordeeld tot betaling aan Y van hetgeen Y in de hoofdzaak aan IDM moest voldoen, wegens een toezegging in het kader van hun echtscheiding.
Uitkomst: X en Y worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €12.734,18 plus rente aan IDM, met veroordeling in de kosten.