ECLI:NL:RBARN:2004:AQ5063
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsovereenkomst niet vernietigd wegens verzwijging strafrechtelijk verleden
In deze civiele procedure stond centraal of de verzekeraar RVS de verzekeringsovereenkomst met X mocht vernietigen wegens verzwijging van diens strafrechtelijk verleden. RVS beriep zich op artikel 251 K en voerde aan dat X zijn strafrechtelijke verleden niet had vermeld bij het afsluiten van de verzekering in november 1998.
X leverde tegenbewijs door middel van partij-getuigenverklaringen, waaronder die van zichzelf en zijn zus, die verklaarden dat het strafrechtelijk verleden tijdens het gesprek met de verzekeringsagent B aan de orde was geweest. De verzekeringsagent kon zich het gesprek niet meer herinneren en bevestigde niet dat de zus aanwezig was, maar ontkende dit ook niet.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van X en zijn zus elkaar ondersteunen en voldoende geloofwaardig zijn. De schriftelijke verklaring van B werd als algemene beschouwing gezien en niet als weergave van het specifieke gesprek. Hierdoor slaagde X in het tegenbewijs en hield het beroep van RVS op vernietiging geen stand. X heeft recht op uitkering op grond van de verzekeringsovereenkomst.
De rechtbank verwees de zaak naar een volgende rolzitting voor nadere uitlatingen over de hoogte van de betalingsverplichting en buitengerechtelijke kosten. Het hoger beroep is alleen mogelijk samen met het eindvonnis.
Uitkomst: Het beroep van RVS op vernietiging van de verzekeringsovereenkomst wegens verzwijging wordt verworpen en X heeft recht op uitkering.