ECLI:NL:RBARN:2004:AP3466
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot gunning percelen op grond van veilingvoorwaarden
X vordert in kort geding dat Y wordt veroordeeld tot gunning van drie percelen die via een executoriale beslagveiling zijn geveild. Y weigert de percelen aan X te gunnen, beroepend zich op artikel 8 lid 2 van Pro de veilingvoorwaarden, dat de verkoper het recht geeft niet te gunnen.
De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 8 lid 2 ook Pro ziet op een verkoper die executant is en niet noodzakelijkerwijs eigenaar. De eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem, die Y misbruik van gunningsbevoegdheid toedichtte bij gunning aan zijn zoon, leidt niet tot de conclusie dat Y aan X moet gunnen.
Gezien het voorgaande is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat er geen sprake is van onrechtmatig handelen door Y jegens X en dat de bodemrechter waarschijnlijk de vordering van X niet zal toewijzen. Daarom wordt de gevorderde voorziening afgewezen en wordt X veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De vordering van X tot gunning van de percelen wordt afgewezen omdat Y het recht heeft niet te gunnen volgens de veilingvoorwaarden.