ECLI:NL:RBARN:2004:AP3462
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tenuitvoerlegging arbitraal vonnis en beslaglegging melkgelden
De rechtbank Arnhem behandelde een kort geding waarin W de opheffing van een beslag op zijn melkgelden vorderde, gelegd door X cs ter uitvoering van een arbitraal vonnis. W betwistte de geldigheid van het arbitraal vonnis en stelde dat de arbiters buiten hun opdracht waren getreden en het vonnis niet deugdelijke motivering bevatte. De rechtbank oordeelde dat het arbitraal vonnis nog niet was vernietigd en dat de tenuitvoerlegging daarvan niet geschorst is, zodat partijen gehouden zijn het vonnis na te leven.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen kennelijke misslagen waren in het arbitraal vonnis die de tenuitvoerlegging zouden verbieden. Hoewel W bezwaar maakte tegen de onafhankelijkheid van de arbiters en de wijze van totstandkoming van het vonnis, vond de rechtbank deze bezwaren onvoldoende gegrond. X cs had het beslag gelegd op het belangrijkste vermogensbestanddeel van W, de melkgelden, en bood W opties om het beslag te beperken of gedeeltelijk op te heffen onder voorwaarden.
De rechtbank wees de vordering van W tot opheffing van het beslag af, maar beperkte het beslag tot € 10.000 per maand, mits W binnen drie weken een bankgarantie van € 200.000 stelt. Tevens verbood de rechtbank W om bepaalde percelen van X cs te gebruiken, te bemesten of te bewerken, onder dreiging van een dwangsom. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beslag op melkgelden wordt beperkt tot € 10.000 per maand onder voorwaarde van een bankgarantie; W wordt verboden bepaalde percelen te gebruiken onder dwangsom.