ECLI:NL:RBARN:2004:AO9347
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot onbevoegdverklaring rechtbank in civiele procedure
Deze civiele procedure betreft een geschil tussen Currie European Transport B.V. en Currie European Transport Ltd (eisers) enerzijds en Hewlett Packard Europe B.V. en Tibbett & Britten Limited (gedaagden) anderzijds. De zaak is aanvankelijk aanhangig gemaakt bij de rechtbank Amsterdam, die de procedure heeft verwezen naar de rechtbank Arnhem wegens verknochtheid met een andere zaak.
HP heeft een incidentele vordering ingediend tot onbevoegdverklaring van de rechtbank, stellende dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft. Deze vordering is door de rechtbank Amsterdam reeds afgewezen. HP heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij het hof Amsterdam, maar de rechtbank Arnhem acht dit hoger beroep naar het oordeel van artikel 337 lid 2 Rv Pro niet-ontvankelijk.
De rechtbank Arnhem wijst het verzoek van HP om de zaak naar de rol te verwijzen om pleidooi te vragen af wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank benadrukt dat het incident reeds is beslist en dat herhaling in dezelfde instantie niet is toegestaan. De procedure wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling, waarbij de beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring af en zet de procedure voort.