ECLI:NL:RBARN:2004:AO8605
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens telen hennep en poging tot oplichting met valse naam
De rechtbank Arnhem heeft op 29 april 2004 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het telen van hennep en poging tot oplichting met gebruik van valse namen en hoedanigheden. Verdachte had in een pand te Nijmegen een hennepkwekerij ingericht en onder valse namen kleding besteld bij leveranciers met de bedoeling zich wederrechtelijk te bevoordelen.
Tijdens de zittingen op 22 januari en 15 april 2004 werd vastgesteld dat verdachte niet wettig en overtuigend betrokken was bij de oplichting via een bepaalde onderneming noch deel uitmaakte van een criminele organisatie. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte hennep had geteeld en zich schuldig had gemaakt aan poging tot oplichting door het misleiden van kledingleveranciers.
De rechtbank verwierp het verweer van psychische overmacht, omdat verdachte zich te allen tijde had kunnen distantiëren van de situatie. Gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte legde de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan de uitvoering werd opgeheven onder voorwaarden, en een werkstraf van 200 uur met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 200 uur werkstraf voor het telen van hennep en poging tot oplichting.