ECLI:NL:RBARN:2004:AO5891
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J.A.M. van Geest
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens valgevaar bij werkzaamheden op hoogte niet aan werkgever te wijten
Eiseres, een kunststofverwerkend bedrijf, kreeg een boete opgelegd wegens het niet naleven van veiligheidsvoorschriften bij werkzaamheden op hoogte, waarbij een werknemer ernstig letsel opliep na een val van circa vijf meter. De Arbeidsinspectie stelde dat eiseres in strijd had gehandeld met artikel 3.16 van het Arbobesluit en artikel 9 van Pro de Arbowet.
De rechtbank oordeelde dat hoewel sprake was van een beboetbaar feit, namelijk valgevaar bij werkzaamheden op hoogte, niet aannemelijk was geworden dat dit verwijtbaar was aan eiseres. De werknemer was ervaren, had veiligheidsinstructies ontvangen en had zelf besloten zonder beschermingsmiddelen te werken. Tevens betrof het een incidentele nacontrole.
Verder werd vastgesteld dat eiseres niet onverwijld melding had gemaakt van het ongeval, maar dit leidde niet tot een boete vanwege het ontbreken van proceskosten. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de boete wegens het overtreden van artikel 3.16 van het Arbobesluit betrof, verklaarde het beroep voor het overige ongegrond en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De boete wegens het overtreden van artikel 3.16 van het Arbobesluit wordt vernietigd omdat niet aannemelijk is dat de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld.