ECLI:NL:RBARN:2004:AO5204
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake schadevergoeding door leverancier borstboompen
Op 6 februari 1999 raakte een hengst gewond door een afgebroken borstboompen in een trailer, eigendom van een vennootschap onder firma (v.o.f.). De v.o.f. leed schade door veterinaire kosten en waardevermindering en stelde Henra Fabricage B.V., de verkoper van de trailer, aansprakelijk. Delta Lloyd, als verzekeraar van Henra, betaalde de v.o.f. een schadevergoeding en verkreeg via cessie de vorderingsrechten van de v.o.f.
Delta Lloyd vorderde vervolgens betaling van Mühlinghaus, de Duitse leverancier van de borstboompen, die dit weigerde en een exceptie van onbevoegdheid inzake de Nederlandse rechter opwierp. Mühlinghaus betoogde dat Nederland niet bevoegd was op grond van de EEX-verordening, onder verwijzing naar jurisprudentie waaronder het Marinari-arrest.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is omdat de schade in Nederland is ingetreden en de vordering gebaseerd is op onrechtmatige daad. De stellingen van Mühlinghaus dat de schade slechts toevallig in Nederland is ontstaan en dat Delta Lloyd geen directe schade heeft, werden verworpen. De rechtbank veroordeelde Mühlinghaus in de kosten van het incident en verwees de hoofdzaak naar de rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en veroordeelt Mühlinghaus in de kosten van het incident, waarna de hoofdzaak wordt verwezen naar de rolzitting.