ECLI:NL:RBARN:2004:AO2399
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- H.Æ. Uniken Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering helft hypotheeklasten na beëindiging samenwoning wegens onvoldoende aannemelijkheid
Tussen partijen heeft een affectieve relatie bestaan die op 13 mei 2003 is beëindigd. Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van een woning en hoofdelijk aansprakelijk voor drie hypothecaire leningen. Eiseres vordert betaling van de helft van de hypotheeklasten door gedaagde vanaf mei 2003 wegens gemaakte afspraken.
Gedaagde betwist dat dergelijke afspraken zijn gemaakt en voert aan dat zijn bijdrage beperkt is tot kosten van samenwonen, niet tot de helft van alle hypotheeklasten. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestaan en de omvang van de vordering onvoldoende aannemelijk zijn, mede omdat partijen geen concrete afspraken hebben gemaakt en de hypotheeklasten deels ten goede komen aan een woning die alleen eiseres bewoont.
Ook de vordering tot afgifte van een auto wordt afgewezen omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij eigenaar is. De vordering tot medewerking aan verkoop van de woning is komen te vervallen. De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de helft van de hypotheeklasten af wegens onvoldoende aannemelijkheid van afspraken.