ECLI:NL:RBARN:2003:AO2172
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curatoren wegens onvoldoende bewijs leningsovereenkomst en onverschuldigde betaling
De curatoren in het faillissement van Westward Insurance Company N.V. vorderden terugbetaling van ƒ 600.000,-- van A, stellende dat dit bedrag onverschuldigd was betaald. De rechtbank heeft eerst getuigenverhoor gelast waarbij B als getuige werd gehoord en A zichzelf als partij-getuige heeft gehoord.
B verklaarde dat A een lening van ƒ 600.000,-- had afgesloten bij Westward, terwijl A dit ontkende en stelde dat het bedrag een terugbetaling betrof van een eerdere investering aan B. De rechtbank vond het bewijs onvoldoende om vast te stellen dat sprake was van een leningsovereenkomst.
De curatoren wijzigden hun eis en stelden zich subsidiair op het standpunt dat de betaling onverschuldigd was, maar zij hebben deze grondslag onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de curatoren niet aan hun stelplicht hadden voldaan en dat de vordering daarom moest worden afgewezen.
De rechtbank wees het bezwaar van A tegen de wijziging van de eis af omdat deze gebaseerd was op hetzelfde feitencomplex en geen strijd met de goede procesorde opleverde. De curatoren werden veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curatoren af wegens onvoldoende bewijs en onderbouwing.