ECLI:NL:RBARN:2003:AO2167
Rechtbank Arnhem
- Schadevergoedingsuitspraak
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot schadevergoeding na handgemeen met onduidelijkheid over arbeidsvermogensverlies
Eiser X vordert van de erfgenamen van Y een voorschot op schadevergoeding wegens arbeidsvermogensverlies en letselschade na een handgemeen in Duitsland. Y is veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens mishandeling, maar is inmiddels overleden. ABN Amro erkende namens de erfgenamen gedeeltelijke aansprakelijkheid en betaalde een deel van de schade.
De rechtbank oordeelt dat in kort geding het bestaan en de omvang van de schade en de aansprakelijkheid in hoge mate aannemelijk moeten zijn. Dit is niet het geval, vooral omdat het arbeidsvermogensverlies onduidelijk is door eerdere uitkeringen van X en onduidelijkheid over gemiste provisies en andere kosten.
Ook is niet aannemelijk dat het Duitse strafvonnis kracht van gewijsde heeft gekregen, omdat Y in hoger beroep is gegaan en de vervolging is beëindigd door zijn overlijden. De aansprakelijkheid is daarom onvoldoende vastgesteld.
X heeft geen bodemprocedure gestart om de schade nader te onderzoeken. Gezien het feit dat X na het voorval meer inkomen had dan ervoor en inmiddels weer werkt, is het spoedeisend belang bij een aanvullend voorschot niet aangetoond.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt X in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade en aansprakelijkheid.