ECLI:NL:RBARN:2003:AN9005
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Gedaagde aansprakelijk voor gehoorbeschadiging van cellist door onvoldoende gehoorbescherming
Eiser, werkzaam als cellist in het Gelders Orkest gedurende circa 26 jaar, leed gehoorbeschadiging door langdurige blootstelling aan hoge geluidsniveaus. Deskundigen stelden vast dat het gehoorverlies verband houdt met het spelen in het orkest en dat gedaagde onvoldoende maatregelen heeft genomen om gehoorschade te voorkomen.
De kantonrechter overweegt dat gedaagde sinds eind jaren zeventig redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van het risico op gehoorbeschadiging voor strijkers door blaasmuziek. Ondanks deze kennis werden onvoldoende beschermende maatregelen getroffen, zoals het plaatsen van schermen of het beschikbaar stellen van oordoppen.
Op grond van artikel 7:658 lid 1 BW Pro wordt gedaagde aansprakelijk gehouden voor de schade. De immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld op €3.000,00, aangezien eiser niet arbeidsongeschikt is geworden en de eindtoestand van de gehoorbeschadiging nog niet definitief is. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot vergoeding van materiële schade en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.000 immateriële schadevergoeding en materiële schade wegens gehoorbeschadiging van eiser.