ECLI:NL:RBARN:2003:AN8328

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
13 november 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 03/2023
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.H. de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:26 AwbArt. 19 WRO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang na inwerkingtreding bestemmingsplan Woonpark Oosterhout 2002

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een besluit waarbij aan GEM Waalsprong vrijstelling is verleend voor het bouwrijp maken van een gedeelte van het plangebied Woonpark Oosterhout 2002. Dit bestemmingsplan was ten tijde van het besluit nog niet in werking getreden.

Na goedkeuring van het bestemmingsplan door Gedeputeerde Staten van Gelderland en het inwerkingtreden ervan, is het rechtsgevolg van de verleende vrijstelling komen te vervallen. De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden waarvoor vrijstelling was verleend, nu zonder publiekrechtelijke tussenkomst kunnen worden uitgevoerd op grond van het bestemmingsplan.

Hierdoor is het procesbelang van eisers bij het beroep tegen de vrijstelling komen te vervallen. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep af te wijzen. De uitspraak is gedaan door rechter F.H. de Vries op 13 november 2003.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Uitspraak

Rechtbank Arnhem
Sector bestuursrecht
Registratienummer: AWB 03/2023
Uitspraak
ingevolge artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
A. en B., eisers,
wonende te C.
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, verweerder,
alsmede
Grond Exploitatie Maatschappij Waalsprong, partij ex artikel 8:26 van Pro de Awb,
te Nijmegen.
1. Overwegingen
Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Naar het oordeel van de rechtbank doet deze omstandigheid zich hier voor, waartoe wordt overwogen als volgt.
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen verweerders besluit van 8 april 2003, waarbij aan Grond Exploitatie Maatschappij Waalsprong (verder: GEM Waalsprong) vrijstelling is verleend ingevolge artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor het bouwrijp maken van het plangebied aan de westzijde van de Groenestraat te Oosterhout, zoals dit is voorzien in het - ten tijde van dat besluit nog niet inwerking getreden - bestemmingsplan “Woonpark Oosterhout 2002”. De rechtbank stelt vast dat de activiteiten, waarvoor vrijstelling is verleend, met dit bestemmingsplan in overeenstemming zijn.
Verweerder heeft bij besluit van 29 juli 2003 de bezwaren van eisers niet-ontvankelijk verklaard, waarna eisers het thans voorliggende beroep bij de rechtbank hebben ingesteld.
Het bestemmingsplan “Woonpark Oosterhout 2002” is bij besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 22 juli 2003 goedgekeurd. Tegen dit besluit is - onder meer door eisers - beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Een door eisers ingediend verzoek om een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van het goedkeuringsbesluit is door de voorzitter van de Afdeling bij uitspraak van 6 november 2003 afgewezen. Hiermee is het genoemde bestemmingsplan - hoewel nog niet in rechte onaantastbaar - inmiddels in werking getreden.
Gelet op hetgeen is overwogen in de uitspraak van de Afdeling van 20 maart 2000 (AB 2001/22) leidt de enkele omstandigheid dat een bestemmingsplan van kracht wordt, er niet toe dat geen enkel belang meer bestaat bij een uitspraak over de rechtmatigheid van een beslissing om op dat bestemmingsplan vooruit te lopen. Dit uitgangspunt is naar het oordeel van de rechtbank van overeenkomstige toepassing op de situatie dat, zoals hier het geval, een (ontwerp)bestemmingsplan als ruimtelijke onderbouwing is gebruikt voor het verlenen van vrijstelling krachtens artikel 19 van Pro de WRO, zoals dat artikel sinds 3 april 2000 luidt.
De rechtbank heeft echter geconstateerd dat de vrijstelling uitsluitend ziet op het bouwrijp maken van een gedeelte van het plangebied, waarvoor - naar de rechtbank heeft vastgesteld - geen aanlegvergunning is vereist ingevolge het thans geldende bestemmingsplan. GEM Waalsprong behoeft voor de uitvoering van de werkzaamheden derhalve geen gebruik meer te maken van de vrijstelling, nu zij zonder enige publiekrechtelijke tussenkomst tot uitvoering kan overgaan op basis van het inmiddels inwerking getreden bestemmingsplan. Als gevolg hiervan is aan het bestreden vrijstellingsbesluit het daarmee beoogde rechtsgevolg komen te ontvallen.
Om die reden is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval met het inwerkingtreden van het bestemmingsplan elk belang bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de verleende vrijstelling komen te vervallen. Hieruit volgt dat eveneens geen belang meer is gediend met het beoordelen van de vraag of verweerder terecht tot niet-ontvankelijkheidverklaring van eisers bezwaren heeft besloten.
Gelet op het bepaalde in artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb wordt als volgt beslist.
2. Beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. F.H. de Vries, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2003, in tegenwoordigheid van
mr. G.W.B. Heijmans als griffier.
De griffier, De rechter,
Ingevolge artikel 8:55, eerste lid, van de Awb kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan tegen deze uitspraak binnen zes weken na de dag van verzending hiervan verzet doen bij de Rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Verzonden op: