ECLI:NL:RBARN:2003:AL2062
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing revindicatie en vordering ongegronde verrijking na verkoop gestolen auto
De vennootschap VHV Autoversicherungs-AG had een auto gestolen van W en had W schadeloos gesteld, waardoor zij volgens Duits recht in diens eigenaarsrechten was getreden voor drie jaar na de diefstal. De auto was door X doorverkocht aan Z. De vraag was of VHV de auto bij Z kon revindiceren, wat afhankelijk was van de vraag of X als handelaar of particulier had verkocht.
De rechtbank oordeelde dat X de auto als particulier had verkocht, omdat op het moment van verkoop zijn bedrijf nog niet volledig was opgestart en de verkoop niet in een bedrijfsruimte had plaatsgevonden. Dit werd bevestigd door getuigenverklaringen en bewijsstukken over de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, erkenning door het Centrum voor voertuigtechniek, en het gebruik van een privé-bankrekening voor de koopsom.
Omdat Z als koper niet beschermd werd door artikel 3:86 lid 3 onder Pro a BW, had VHV de auto met succes kunnen opeisen bij Z. Dit betekent dat VHV X niet kan aanspreken op grond van ongegronde verrijking. De rechtbank wees daarom de vordering van VHV tegen X af en veroordeelde VHV in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van VHV tegen X af wegens verkoop als particulier, niet als handelaar.