ECLI:NL:RBARN:2003:AI1348
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte kinderen wegens belang en wensen van minderjarigen
De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld tot afgifte van hun twee minderjarige kinderen, met dwangsom bij niet-naleving, en veroordeling in de proceskosten. De kinderen zijn geboren uit een relatie die is beëindigd, waarbij de vrouw het ouderlijk gezag heeft. Na de relatiebreuk verbleef de dochter afwisselend bij beide ouders, maar sinds 28 mei 2003 woont zij volledig bij de man. De zoon verblijft eveneens bij de man.
De man voert verweer dat de kinderen zelf hebben gekozen bij hem te wonen en dat omgang met de vrouw mogelijk blijft. De vrouw stelt dat zij als gezaghebbende ouder de verblijfplaats mag bepalen en dat de man de kinderen beïnvloedt. De voorzieningenrechter heeft de kinderen gehoord en vastgesteld dat zij duidelijke wensen hebben over hun verblijfplaats en omgang. De dochter wil bij haar vader wonen met omgang met de moeder, de zoon wil bij zijn vader blijven en omgang met de moeder.
De rechter oordeelt dat het belang van de kinderen voorop staat en dat afgifte aan de moeder via executie van het vonnis traumatisch zou zijn. Daarom wijst hij de vordering af. Wel wordt bepaald dat binnen zes weken een bodemprocedure moet worden gestart om duidelijkheid te scheppen over gezag, verblijfplaats en omgang. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van de kinderen aan de moeder wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van de kinderen is.