ECLI:NL:RBARN:2003:AI1067
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over bezwaar werkgever tegen WAO-uitkeringsbesluit en dagloonvaststelling
Eiseres, een bedrijf gevestigd te Ede, maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zij als werkgever werd aangewezen in het kader van de Wet Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Wet Pemba). Het bezwaar richtte zich tegen de aanwijzing als werkgever en tegen de vaststelling van het dagloon van een ex-medewerkster die een WAO-uitkering ontving.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht eiseres als belanghebbende had aangemerkt, omdat de WAO-uitkering van de medewerkster van invloed is op de werkgeverspremie. De rechtbank stelde vast dat eiseres geen gemachtigde had aangewezen om inzage te verkrijgen in de medische stukken, waardoor zij zelf verantwoordelijk was voor het ontbreken van inzage.
Voorts oordeelde de rechtbank dat het bezwaar tegen de vaststelling van het dagloon ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard door verweerder. Dit onderdeel van het besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen hier opnieuw op te beslissen.
Het overige bezwaar werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd verweerder verplicht het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter F.H. de Vries op 6 augustus 2003.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid dagloon, dat deel van het besluit wordt vernietigd, en het overige bezwaar wordt ongegrond verklaard.