ECLI:NL:RBARN:2003:AH9245
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over ontbinding managementovereenkomst wegens arbitragebeding
X, een artieste vertegenwoordigd door haar ouders, sloot met Schreijenberg Management B.V. een managementovereenkomst voor vijf jaar. X stelde dat Schreijenberg tekort was geschoten in haar verplichtingen en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk. Schreijenberg betwistte dit en voerde een exceptie van onbevoegdheid op omdat het geschil volgens het arbitragebeding in de overeenkomst aan arbiters moest worden voorgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het arbitragebeding in artikel 14.6 van de overeenkomst van toepassing is op alle geschillen die betrekking hebben op de uitvoering van de artikelen 2 en 4, waaronder ook het geschil over het al dan niet uitvoeren van de taken van de manager valt. X's stelling dat het arbitragebeding niet ziet op het niet uitvoeren van taken werd verworpen.
Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om over de vordering van X te oordelen. Ook de reconventionele vordering van Schreijenberg kon niet worden behandeld. X werd veroordeeld in de proceskosten en de kostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het geschil wegens toepasselijkheid van het arbitragebeding.