ECLI:NL:RBARN:2003:AF9115
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Weigering gunning percelen aan zoon bij executoriale veiling wegens misbruik gunningsbevoegdheid
In deze zaak stond centraal of X zich kon beroepen op artikel 8 lid 6 van Pro de veilingvoorwaarden om percelen die bij executoriale veiling werden verkocht, niet aan de hoogste bieder R, maar aan zijn zoon Y te gunnen. De percelen betroffen drie kavels waarop beslag was gelegd wegens onbetaalde dwangsommen.
De rechtbank overwoog dat artikel 8 lid 6 van Pro de veilingvoorwaarden bedoeld is voor situaties waarin verschillende individuele bieders op kavels bieden, niet wanneer één bieder op alle kavels biedt. Bovendien is de ratio van een openbare veiling het verkrijgen van de hoogste opbrengst ten behoeve van de geëxecuteerde. Het gunnen aan de zoon van X, terwijl R aanzienlijk meer had geboden, zou misbruik van de gunningsbevoegdheid betekenen en de fundamentele beginselen van het executierecht schenden.
De notaris weigerde daarom mee te werken aan de gunning aan Y. Eisers vorderden dat de notaris dit alsnog zou doen, maar de rechtbank wees deze vordering af. Tevens werd het verzoek van R om zich te voegen toegewezen en werden eisers veroordeeld in de proceskosten ten behoeve van de notaris.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat de notaris niet hoeft mee te werken aan de gunning aan de zoon van X.