ECLI:NL:RBARN:2003:AF4923
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onvoldoende motivering dringende redenen
Eiseres, woonachtig te Arnhem, ontving ten onrechte bijstand over diverse periodes tussen 1997 en 1999. Verweerder, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, had een besluit genomen tot terugvordering van deze bijstand. Eiseres voerde aan dat vanwege haar ernstige psychische gesteldheid en persoonlijke omstandigheden sprake was van dringende redenen om af te zien van terugvordering.
De rechtbank oordeelt dat verweerder een onjuiste uitleg gaf aan artikel 78, derde lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Volgens de wet kunnen dringende redenen alleen betrekking hebben op onaanvaardbare sociale en financiële consequenties van terugvordering, en niet op de oorzaak of verwijtbaarheid van het niet melden van inkomsten.
Eiseres bracht een verklaring van haar psychiater in, waaruit bleek dat de terugvordering ernstige negatieve gevolgen had voor haar psychische gezondheid en haar gezinssituatie. De rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd of en waarom hij niet afzag van terugvordering ondanks deze omstandigheden.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering vernietigd voor zover het de bijstand betreft. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres en moet de gemeente Arnhem het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van dringende redenen.