ECLI:NL:RBARN:2002:AF2274
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vrijstelling en bouwvergunning voor woninguitbreiding wegens onredelijkheid en strijd met beleidsregels
Verzoekers hadden een bouwvergunning aangevraagd voor een uitbreiding van hun woning, die aanvankelijk op basis van beleidsregels uit 2000 werd beoordeeld. Deze beleidsregels stonden vrijstelling toe bij een beperkte overschrijding van de achtergevelbebouwingsgrens. De gemeente stelde in 2002 nieuwe, strengere beleidsregels vast, maar kon deze niet met terugwerkende kracht toepassen op de aanvraag van verzoekers.
De aanbouw overschrijdt de achtergevelbebouwingsgrens met ongeveer 1,70 meter, waarvoor een vrijstelling nodig is. De rechtbank oordeelt dat de gemeente in redelijkheid niet kon weigeren de vrijstelling en bouwvergunning te verlenen, omdat het gunstigere beleid van 2000 van toepassing was en er geen bijzondere omstandigheden waren die weigering rechtvaardigden.
De gemeente had bovendien onvoldoende onderbouwd dat de architectonische visie en het karakter van het woonpark door de aanbouw zouden worden aangetast. Ook de belangen van derden, zoals privacy van een buur, werden niet onevenredig geschaad.
Het besluit om een last onder dwangsom op te leggen voor afbraak van de aanbouw wordt daarom eveneens vernietigd. De rechtbank veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het beroep wordt gegrond verklaard en de gemeente krijgt zes weken om een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de vrijstelling en bouwvergunning en het dwangsombesluit en gelast een nieuwe besluitvorming.