ECLI:NL:RBARN:2002:AE9503
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Penning
- W.F. Bijloo
- P.E.M. Messer-Dinnissen
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht bij uitzendovereenkomst en zelfstandigen in de automatiseringssector
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of vijf betrokkenen, werkzaam via eiseres bij diverse opdrachtgevers, als werknemers in de zin van sociale verzekeringswetten moeten worden aangemerkt, ondanks dat zij als zelfstandigen opereren. Verweerder heeft verzekeringsplicht aangenomen op grond van het bestaan van een uitzendovereenkomst volgens artikel 7:690 BW Pro.
De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie dat het zijn van zelfstandige niet per definitie uitsluit dat ook een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat. De bijzondere aard van de uitzendovereenkomst maakt dat een gezagsverhouding kan bestaan indien uitzender en inlener complementair werkgeversgezag uitoefenen. De rechtbank toetst per betrokkene of sprake is van leiding en toezicht door de inlener.
Voor P, S (vanaf 1 januari 1999) en T oordeelt de rechtbank dat onvoldoende concreet bewijs bestaat voor gezagsverhouding bij de inlener, waardoor de bestreden besluiten strijdig zijn met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en worden vernietigd. Voor R wordt vastgesteld dat geen sprake is van leiding en toezicht, zodat het besluit op bezwaar wordt herroepen. Voor Q wordt het beroep ongegrond verklaard omdat wel sprake is van leiding en toezicht.
De rechtbank wijst tevens proceskosten toe aan eiseres en bepaalt dat verweerder nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat dit geen rechtvaardiging biedt voor foutieve beslissingen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt deels de bestreden besluiten over verzekeringsplicht voor P, S en T, herroept het besluit over R en verklaart het beroep van Q ongegrond.