ECLI:NL:RBARN:2002:AD9077
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verkeersaanrijding Pleijweg Arnhem vastgesteld
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid centraal voor een aanrijding op de Pleijweg te Arnhem op 11 juni 1999. X vorderde dat Y aansprakelijk werd gesteld voor de schade die zij had geleden. De rechtbank verwees naar eerdere tussenvonnissen en stelde dat X bewijs moest leveren dat de aanrijding te wijten was aan een verkeersfout van Y.
X leverde getuigenverklaringen van inzittenden van haar auto en van Y zelf, alsmede van de verbalisanten. De verklaringen van de inzittenden waren consistent en geloofwaardig en stelden dat de auto van X al volledig was ingevoegd op de rechter rijstrook en met aangepaste snelheid reed toen de aanrijding plaatsvond. Y stelde zich op het standpunt dat het aanrijdingsformulier en de situatieschets, die door hem waren ingevuld, dwingend bewijs waren dat J (bestuurster van X) zonder noodzaak van rijstrook wisselde.
De rechtbank oordeelde dat het aanrijdingsformulier en de schets geen dwingende bewijskracht hadden vanwege hun globale aard en het ontbreken van nauwkeurige afstanden en snelheden. De verklaringen van de inzittenden van de auto van X werden als betrouwbaarder beoordeeld. Ook het verweer van Y dat de auto van X nog aan het invoegen was bij de botsing werd verworpen, mede omdat Y zelf had verklaard te hebben geprobeerd de auto te ontwijken en daardoor de botsing veroorzaakte.
De rechtbank concludeerde dat Y aansprakelijk is voor de schade en wees de reconventionele vordering van Y af. Y werd veroordeeld in de kosten van beide procedures. Partijen werd gevraagd zich uit te laten over voortzetting van de procedure met betrekking tot de schadevergoeding. Hoger beroep werd beperkt tot het eindvonnis en verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Y is aansprakelijk voor de aanrijding en dient de schade aan X te vergoeden.