ECLI:NL:RBARN:2002:AD8354
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering huisarts tot betaling passantentarief in postcontractuele periode met ziekenfonds
Huisarts M vordert in kort geding dat ziekenfonds Amicon wordt veroordeeld tot betaling van declaraties gebaseerd op het passantentarief voor verleende huisartsenzorg aan ziekenfondsverzekerden in de periode na het verlopen van de medewerkersovereenkomst op 1 juli 2001. M stelt dat zonder nieuwe overeenkomst het abonnementshonorarium niet kan worden gevorderd en dat het passantentarief als redelijke vergoeding geldt.
Amicon weigert betaling van deze declaraties en stelt dat het abonnementshonorarium het juiste tarief is. De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks het ontbreken van een nieuwe medewerkersovereenkomst, M gehouden is zorg te verlenen en dat het abonnementshonorarium ook in de postcontractuele periode van toepassing is, mede op grond van een tariefbeschikking van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) vanaf 1 januari 2002.
Voor de periode van 1 juli 2001 tot 1 januari 2002 is het volgens de rechter niet redelijk dat M het hogere passantentarief in rekening brengt, omdat het passantentarief bedoeld is voor incidentele spoedeisende hulp aan niet-ingeschreven patiënten, terwijl het hier om reguliere zorg aan ingeschreven ziekenfondsverzekerden gaat. De vordering wordt daarom afgewezen en M wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering van huisarts M tot betaling van het passantentarief wordt afgewezen en M wordt veroordeeld in de proceskosten.