ECLI:NL:RBARN:2001:AE2201
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkomen op dagloonverlaging WAO-uitkering na herziening
Eiser, arbeidsongeschikt sinds 1976, kreeg zijn WAO-uitkering in 1991 vastgesteld op een dagloon van f.174,19 bij een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een rechtmatigheidscontrole in 1997 verhoogde verweerder het dagloon per 1 april 1999 naar f.251,59, maar corrigeerde dit in 2000 terug naar f.204,60. Eiser maakte bezwaar tegen deze verlaging en stelde dat de eerdere verhoging onterecht was teruggedraaid.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht niet is teruggekomen op het besluit van 8 januari 1991, omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen die de evidente onjuistheid van dat besluit aantonen. Tevens was vastgesteld dat de werkzaamheden van eiser bij zijn werkgever niet in strijd waren met de bepalingen van artikel 45 WAO Pro, waardoor artikel 40 WAO Pro niet van toepassing was.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder bevoegd was om de foutieve verhoging van het dagloon per 1 april 1999 terug te draaien, omdat er geen besluit was genomen om de verhoging kenbaar te maken aan eiser. De rechtbank vond dat eiser geen recht had op een hogere uitkering en dat de belangenafweging en beginselen van behoorlijk bestuur waren gerespecteerd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de vordering van eiser af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van het dagloon.