ECLI:NL:RBARN:2001:AD7465
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning afschot blauwe reigers wegens onvoldoende onderbouwing schade en alternatieven
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van Stichting De Faunabescherming tegen een vergunning verleend aan een vergunninghouder voor het afschieten van blauwe reigers en kokmeeuwen op een forellenkwekerij in Apeldoorn. De vergunning was verleend op grond van de Vogelwet 1936 om belangrijke schade aan de viskweek te voorkomen.
De rechtbank constateerde dat het beroep tegen het afschieten van kokmeeuwen niet-ontvankelijk was omdat de vergunningtermijn was verstreken en geen nieuwe vergunning was verleend. Voor het afschieten van blauwe reigers bleef echter belang bestaan. De rechtbank oordeelde dat de vergunning onvoldoende was onderbouwd: de schade van 10% was niet adequaat onderbouwd met concrete, verifieerbare gegevens en ook de vrees voor visbesmetting was niet voldoende aangetoond.
Daarnaast was onvoldoende onderzocht of er andere bevredigende oplossingen waren dan het doden van vogels, zoals het gebruik van netten, waarvan eiseres had aangetoond dat deze effectief kunnen zijn. Verweerder had onvoldoende concreet onderzoek verricht en de motivering van het besluit was daarom niet toereikend.
De rechtbank concludeerde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel (Art. 3:2 Awb Pro) en het motiveringsbeginsel (Art. 7:12 Awb Pro) en vernietigde het besluit voor zover het de vergunning voor het afschieten van blauwe reigers betrof. Het beroep tegen het afschieten van kokmeeuwen werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening voor het afschieten van blauwe reigers vernietigd, het beroep tegen kokmeeuwen is niet-ontvankelijk verklaard.