ECLI:NL:RBARN:2001:AD4784
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit vanwege onjuiste toerekening winstdelingsuitkering
Eiseres, weduwe van haar echtgenoot die in oktober 1998 overleed, ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, stelde bij besluit van juli 1999 het recht op uitkering met terugwerkende kracht lager vast en vorderde een bedrag van f 2103,11 terug, waarbij zij de winstdelingsuitkering van f 1600,- geheel aan december 1998 toerekende.
De rechtbank oordeelde dat ten aanzien van december 1998 geen zogenoemd moederbesluit bestond en dat het recht op uitkering over die maand niet was vastgesteld. De terugvordering voor die maand ontbrak daardoor aan grondslag en verweerder was niet bevoegd het terugvorderingsbesluit te nemen. Tevens stelde de rechtbank dat de beleidsregels van de SVB geen onderscheid maken tussen reguliere en niet-reguliere inkomensvormen zoals winstdelingen, en dat de winstdelingsuitkering moet worden toegerekend aan de maanden oktober, november en december 1998, elk voor een derde deel.
Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De rechtbank bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiseres moest vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens onjuiste toerekening van de winstdelingsuitkering en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.