ECLI:NL:RBARN:2001:AB2263
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 14 Woningwet bij strijdige luchtafvoer nabij perceelsgrens
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de gemeente Heumen terecht heeft besloten geen toepassing te geven aan artikel 14 van Pro de Woningwet en geen bestuursdwang toe te passen ten aanzien van een afvoervoorziening die uitmondt op minder dan twee meter van de perceelsgrens van de eiser.
De afvoer, geplaatst in een zijmuur van een verblijfsruimte met een kooktoestel, voldoet niet aan artikel 30.3 van het Bouwbesluit, dat een minimale afstand van twee meter voorschrijft. De gemeente weigerde toepassing van artikel 14 Woningwet Pro omdat zij meende dat geen sprake was van een noodzakelijke voorziening. De rechtbank oordeelde echter dat de noodzaak tot het treffen van voorzieningen ook kan bestaan om de bouw- en woontechnische kwaliteit op een aanvaardbaar peil te houden, en dat bij concrete schade of hinder voor derden, zoals geurhinder die eiser ondervindt, toepassing van artikel 14 Woningwet Pro verplicht is.
De rechtbank vernietigde het besluit van de gemeente en bepaalde dat binnen twee maanden een nieuw besluit moet worden genomen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal f 625,38 en het griffierecht. De rechtbank wees erop dat bestuursdwang niet automatisch aan een aanschrijving verbonden hoeft te zijn en dat de gemeente zich hierover opnieuw moet beraden.
De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van bouwvoorschriften en de zorgplicht van gemeenten bij het handhaven van de woonkwaliteit en bescherming tegen hinder voor omwonenden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de gemeente Heumen wordt vernietigd, met de verplichting tot het nemen van een nieuw besluit en vergoeding van proceskosten.