ECLI:NL:RBARN:2000:AA6960
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot levering woning na ontbinding koop-/aannemingsovereenkomst
Z sloot op 28 mei 1999 een koop-/aannemingsovereenkomst met een B.V. voor de bouw en levering van een woning. De overeenkomst bevatte een ontbindende voorwaarde voor het verkrijgen van een hypotheek binnen zes weken. Z slaagde er niet in een hypotheek te verkrijgen en stelde de overeenkomst buitengerechtelijk te hebben ontbonden. De B.V. accepteerde deze ontbinding onder voorwaarde van vergoeding van gemaakte kosten.
Z vorderde vervolgens in kort geding van B, aan wie de B.V. de woning had geleverd, dat B het object aan hem zou leveren. B voerde aan dat de overeenkomst was ontbonden en dat er geen wanprestatie was door de B.V. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst inderdaad was ontbonden vanaf 23 september 1999 en dat Z zelf in verzuim was omdat hij geen betaling had verricht.
Omdat geen sprake was van wanprestatie door de B.V. en B niet onrechtmatig had gehandeld, werd de vordering van Z afgewezen. Z werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Z tot levering van de woning wordt afgewezen omdat de overeenkomst rechtsgeldig was ontbonden en B niet onrechtmatig handelde.