ECLI:NL:RBARN:2000:AA6459
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Terugvordering niet-ingehouden loonheffing werkgeversdeel ziekenfondspremie op WAO-uitkering
Eiseres ontving vanaf 1 januari 1996 een WAO-conforme uitkering, waarop door het voormalige FAOP geen inhoudingen werden verricht voor de verplichte ziekenfondspremie en de loonheffing over het werkgeversdeel daarvan. Verweerder, als rechtsopvolger van het FAOP, vorderde het te veel betaalde bedrag terug op grond van artikel 57 WAO Pro. Eiseres stelde dat verweerder hiertoe niet bevoegd was en verwees naar artikel 15, vierde lid, ZFW en een arrest van de Hoge Raad uit 1989.
De rechtbank overwoog dat de premie-inning voor de groep waartoe eiseres behoort niet op artikel 15 ZFW Pro berust, maar op artikel 18 ZFW Pro in verbinding met artikel 12b KB. Dit laatste artikel verplicht het FAOP als werkgever de premie in te houden op de WAO-uitkering, waardoor geen ruimte is voor een analoge toepassing van artikel 15, vierde lid, ZFW. De terugvordering betreft een netto voordeel dat eiseres onverschuldigd heeft genoten en berust op het algemene rechtsbeginsel van onverschuldigde betaling.
Ten aanzien van de loonheffing over het werkgeversdeel van de premie stelde de rechtbank vast dat verweerder op grond van fiscale wetgeving verplicht was deze inhouding te verrichten. Het besluit tot terugvordering van deze loonheffing is gebaseerd op een wettelijk voorschrift inzake belastingen en is daarom niet vatbaar voor beroep. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het betrekking had op de terugvordering van de loonheffing en vernietigde het besluit in zoverre. Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van reiskosten en het griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor de terugvordering van niet ingehouden loonheffing en het besluit is in zoverre vernietigd; voor het overige is het beroep ongegrond verklaard.