ECLI:NL:RBARN:2000:AA5076
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- J.A.Z. Hooft Graafland
- Rechtspraak.nl
Weigering voorschot op schadevergoeding wegens gebreken aannemingsovereenkomst en onduidelijkheid uitvoering herstelwerkzaamheden
GP sloot op 18 maart 1998 een aannemingsovereenkomst met H voor de bouw van een woonhuis. Na oplevering in oktober 1998 ontstonden klachten over gebreken, waarna GP een klachtprocedure startte bij B, de verzekeraar van H. Een besluitenlijst met herstelwerkzaamheden werd opgesteld, maar H voerde deze niet volledig uit. B en GP vorderden in kort geding betaling van voorschotten voor herstelkosten en gemaakte kosten.
H verweerde zich met onder meer het arbitraal beding in de Algemene Voorwaarden Aannemingen 1992 en stelde dat GP de toegang tot de werkplek zou hebben geweigerd, waardoor sprake zou zijn van schuldeisersverzuim. Er bestond onduidelijkheid over de uitvoering van herstelwerkzaamheden en de juiste afmetingen van de carport.
De rechtbank oordeelde dat de kortgedingprocedure niet geschikt was om de complexe feiten en geschillen over nakoming en uitvoering te beoordelen. De vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende voorshands bewijs en onduidelijkheid. Partijen werden geadviseerd de herstelwerkzaamheden door een andere aannemer te laten uitvoeren en de geschillen over de carport aan de Raad van Arbitrage voor Bouwbedrijven voor te leggen.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak benadrukt het belang van een bodemprocedure voor de beoordeling van de geschilpunten en wijst de kortgedingvorderingen af.
Uitkomst: De gevorderde voorzieningen worden geweigerd en de proceskosten worden gecompenseerd.