ECLI:NL:RBARN:1999:AA3832
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- J.A.Z. Hooft Graafland
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling uittreegeld na nietigverklaring regeling Melkunie
Eiser was tot 1990 lid van Melkunie Holland, de rechtsvoorganger van Campina Melkunie, en betaalde bij uittreding een uittreegeld van 4% van het gemiddeld betaalde melkgeld. Deze regeling werd in een eerdere procedure tussen Campina Melkunie en andere leden door het hof nietig verklaard en door de Hoge Raad bekrachtigd.
Eiser vordert nu in kort geding terugbetaling van het door hem betaalde uittreegeld, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. Campina Melkunie voert aan dat het arrest van het hof geen oordeel gaf over mogelijke conversie of gedeeltelijke nietigheid van de regeling, hetgeen nog onderwerp is van andere procedures.
De rechtbank overweegt dat eiser geen partij was in de eerdere procedure en het procesrisico niet zonder meer op Campina Melkunie kan verhalen. Eiser heeft geen duidelijke toezeggingen of gerechtvaardigde verwachtingen gesteld. Het is mogelijk dat de regeling wordt omgezet in een lagere vergoeding, waardoor de volledige terugbetaling niet aannemelijk is.
Daarom wordt de vordering afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en gebrek aan spoedeisend belang. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot terugbetaling uittreegeld wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang.