De rechtbank Arnhem heeft op 29 december 1999 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van betrokkenheid bij een gewapende woningoverval in Arnhem in 1998. Bij deze overval kwam een van de slachtoffers om het leven en raakte een ander gewond. Verdachte werd primair en subsidiair ten laste gelegd voor diefstal door meerdere personen met geweld, waarbij de dood het gevolg was.
Tijdens meerdere zittingen tussen juli en december 1999 werd het onderzoek ter terechtzitting gevoerd. Verdachte verscheen telkens en werd bijgestaan door zijn raadsman. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiaire feit had begaan, namelijk diefstal door twee of meer verenigde personen met geweld, met voorziening van de dood als gevolg. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte als chauffeur een belangrijke rol had in de voorbereiding en uitvoering van de overval, waarbij de woning grondig was voorbereid en de daders specifieke rollen hadden. De overval leidde tot grote maatschappelijke verontwaardiging. Verdachte toonde openheid van zaken, wat tot matiging van de straf leidde. De rechtbank veroordeelde verdachte tot vijf jaar gevangenisstraf en legde een schadevergoedingsmaatregel op ten behoeve van het slachtoffer. De immateriële schadevordering werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht op de straf. Verdachte en zijn mededaders werden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de toegekende materiële schade van 19.262 gulden. De beslissing werd genomen door de rechtbank in aanwezigheid van drie rechters en griffiers.