Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
in aanmerking nemende
dat verhuurder en huurder de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden willen beëindigen per 31 oktober 2023;
(…)Verhuurder zal tot geen huurprijsherziening ingevolge artikel 7:303/304 BW vorderen alsmede een opzeggingsprocedure entameren. Het vorenstaande laat het recht om jaarlijkse indexering door te voeren onverlet.
Indien huurder en de onderhuurder geen dan wel niet tijdig uitvoering heeft gegeven aan de verplichting tot ontruiming, is hij direct in verzuim (…)
dat verhuurder en huurder de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden willen beëindigen per 31 oktober 2024;
(…)Verhuurder zal tot geen huurprijsherziening ingevolge artikel 7:303/304 BW vorderen alsmede een opzeggingsprocedure entameren. Het vorenstaande laat het recht om jaarlijkse indexering door te voeren onverlet.
Indien huurder en de onderhuurder geen dan wel niet tijdig uitvoering heeft gegeven aan de verplichting tot ontruiming, is hij direct in verzuim (…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
na de beëindigingniet zelf te gaan exploiteren, maar weer op de markt te brengen. Dit geldt dus uitdrukkelijk voor de situatie na de beëindiging van de huurovereenkomsten. Daarbij is niet vermeld dat de huurovereenkomsten niet zouden eindigen als TGHV haar plannen niet kon uitvoeren.
2023en de ontruiming op 6 november
2023is afgesproken. Dit is bijna een jaar na de beëindiging en daaropvolgende stilzwijgende verlenging van de huurovereenkomst. Gezien dat tijdsverloop kon [eiser] zich daar naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid niet meer op beroepen.