De terbeschikkingstelling met dwangverpleging van een man geboren in 1950 is verlengd met twee jaar door de rechtbank Amsterdam. De maatregel is opgelegd na bewezenverklaring van ernstige zedendelicten en is sinds 2006 van kracht. De verlenging volgt op een vordering van de officier van justitie en is gebaseerd op een recent advies van het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC).
De terbeschikkinggestelde heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en een ongespecificeerde parafiele stoornis. Hoewel hij zich stabiel gedraagt binnen de kliniek en begeleid verlof krijgt, ontbreekt probleembesef en zijn de vaardigheden om problemen te hanteren beperkt. Het risico op recidive wordt als hoog ingeschat bij vermindering van toezicht.
De rechtbank concludeert dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen en dat er geen zicht is op uitstroom binnen twee jaar. De terbeschikkingstelling wordt daarom met twee jaar verlengd. De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman zijn gehoord, evenals een deskundige van het FPC. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.